Hier vind je mijn preek voor het feest van de doop van de Heer.
Jes. 55,
1-11 Joh. 5, 1-9 Mc. 1,
7-11
Franciscus blijft verrassen. Steeds weer reikt hij de hand uit naar christenen, en ruimer, naar alle mogelijke mensen aan de rand. We weten
ook dat Franciscus één vrijdag per maand op bezoek gaat bij gewezen
prostituées, drugsverslaafden, gevangenen of zieken. Op zijn verjaardag houdt
hij ervan samen met daklozen te eten, en zo voort. Sommigen vinden dat
Franciscus hierbij overdrijft. Is dat zo? De evangelielezing van vandaag leert
ons daar iets over.
We hoorden
het verhaal van de doop van Jezus. Niets bijzonders, kan je spontaan denken.
Alle christenen zijn gedoopt. Jezus dus ook. Toch is er een probleem. Het
christelijk doopsel is immers pas ontstaan ná de dood en de verrijzenis van
Jezus. Het christelijk doopsel gaat over de opname in de Kerk. Het opent op het
mysterie van het sterven, mét Jezus, aan de zonde en het herboren worden, met
de verrezen Jezus, tot nieuw leven. Het gaat hier dus duidelijk niet over het
doopsel dat al 2000 jaar wereldwijd wordt ontvangen.
Maar ook met
het doopsel van Johannes is er een probleem. Dat was een eenmalig ritueel dat
het verlangen tot bekering uitdrukte en dat leidde tot vergeving van de zonden.
Het was bedoeld voor zondaars. Maar van Jezus geloven we dat Hij zonder zonde is.
Matteüs vertelt niet toevallig dat Johannes eerst weigerde Jezus te dopen. Hij
meende dat Jezus dat doopsel helemaal niet nodig had. Wat deed Jezus daar dan?
Was Hij even verstrooid? Ging het over
vergissing?
Alles wijst
erop dat Jezus er bewust voor gekozen heeft in de rij te gaan staan en, zoals
de andere mensen, te vragen door Johannes gedoopt te worden. Meer nog, meteen
na het doopsel gebeurt er iets volstrekt uniek: Hij zag de hemel openscheuren en de Geest als
een duif op zich neerdalen. En er kwam een stem uit de hemel: “Gij zijt mijn
Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” Marcus beschrijft hier een tussenkomst van de
Drie-Ene God: Jezus, de Zoon, de Geest in de vorm van een duif en de stem van
de Vader. Het is de enige keer dat dit beschreven wordt in het Marcusevangelie.
precies is gebeurd zullen we nooit weten. Maar de boodschap die God de Vader hier
aan zijn Zoon geeft lijkt wel helder. Hij noemt Hem zijn veelgeliefde in
wie Hij welbehagen heeft. De keuze van Jezus zich te laten dopen door
Johannes is zó belangrijk dat God de allergrootste middelen bovenhaalt om dit
te bevestigen.
Wat is dan
die betekenis van het doopsel van Jezus door Johannes? Niet dat Jezus plots zou inzien dat Hij wel
gezondigd heeft. Wel dat Jezus zich helemaal solidair maakt met ons, gewone
mensen, en dus ook met onze zonde. Eigenlijk wordt hier verder uitgewerkt wat
we vierden in de Kersttijd. In Jezus wil God helemaal mens zijn onder de mensen.
Het doopsel van Jezus maakt duidelijk dat die verbondenheid in het bijzonder
geldt voor onze zonden, en ruimer, voor onze gebrokenheid en kwetsuren. God
loopt niet weg van onze duistere kanten. Hij gaat middenin onze schamelheid staan.
Niet om ze ons te verwijten. Wel om ons door de kracht van zijn liefde ervan te
bevrijden.
Beste
medegelovigen, de naam Jezus wil zeggen God redt of God is redding.
Hij nodigt ons, op onze beurt, uit mee te werken aan die bevrijding. Dit is de
kern van wie Jezus is. Wat goed dat paus Franciscus ons, door zijn voorbeeld,
steeds weer herinnert hoe je dat kan doen. Christen zijn betekent toelaten dat
God bij elk van ons komt om ons te verlossen van wat ons belet te leven. Christen
zijn betekent dat wij, op onze beurt, zelf
naar andere mensen toegaan om mee te helpen aan hun bevrijding.
