‘dat-zou-ik-zo-graag-willen-hebben’ virus’. Ik wil een topfunctie in onze
firma, of die aantrekkelijke persoon als partner, of rijk zijn, of als een
belangrijk man erkend worden, of het mooiste huis bezitten, of een opwindender
leven leiden. En daarbij bedriegen wij soms onszelf door te denken dat wij het
voorwerp van ons hevige verlangen (de
job, de wagen, de partner, het huis) terecht mogen hebben, omdat wij er
zo intens naar verlangen.
waarheen we moeten gaan en welke weg wij moeten nemen. Maar soms is juist het
tegendeel waar. Wat ik zo dolgraag wil hebben zal mijn opdringerig ego zeker
wat krasjes bezorgen. Maar vooral, het stimuleert mijn eigenlijke levensplan
helemaal niet. Het kan mij zelfs op een dwaalspoor brengen, weg van mijn levensplan.
evenwicht brengt, kunnen ons stevig in hun macht krijgen en zijn uiterst
schadelijk. Wij zijn er ons niet ten volle van bewust hoe diep zij ons denken
beïnvloeden. Dit is het wat Ignatius bedoelde met gehecht zijn aan ongeordende
verlangens die ons oordeel kunnen vervalsen.
