was ik kind aan huis bij een studiegenoot van me, Johan Vande Lanotte,”
vervolgt Nikolaas. “Een briljante kerel, tegenwoordig een van de bekendste Vlaamse
politici. Op een dag zei hij tegen me: ‘Nikolaas, over een jaar sta jij aan
onze kant.’ Daarmee bedoelde hij dat ik, net als hij, atheïst zou worden. Het
was niet uitdagend bedoeld. Eigenlijk gaf hij mij deze boodschap: ‘Het geloof
is helemaal niet stevig bij je; jouw wortels gaan niet diep.’”
goed gezien?
voelde ik terdege. Voor mij was geloven vooral het aanhangen van christelijke
waarden en normen. Ik beschouwde mezelf als goed katholiek, ging elke week naar
de kerk, vond de liturgie belangrijk, bad voor het slapengaan, enzovoort. Maar
een persoonlijke Godsrelatie? Een echte band met Jezus? Ik wist niet wat dat
was.”
zijn woorden met je?
schrik moest ik vaststellen dat ik wat geloofsvorming betreft was blijven
steken op het niveau van een 12-jarige.”
