van de menselijke persoon en van de wereld waarin we leven. Jezus groeide op
als een volledige persoon – ziel en lichaam. Jezus heeft het menselijke lichaam
niet aangenomen om het vervolgens af te leggen. Jezus behield zijn menszijn ten
volle. Samen met zijn incarnatie en zijn aanwezigheid in de eucharistie
verzekert zijn verrijzenis ons ervan dat God zich met zijn stoffelijk lichaam echt
heeft vereenzelvigd. God heeft de menselijke staat omhelsd. Voor altijd bestaat
er een diepe eenheid tussen God en de wereld, tussen geest en stof.
de onsterfelijkheid van de ziel; wij geloven in de onsterfelijkheid van de
menselijke persoon. Jezus’ verrijzenis en de onze drukken het ononderbroken
verdergaan uit van dit leven naar het komende. Jezus’ verrijzenis bevestigt ook
de waarde van de schepping.
heeft eeuwigheidswaarde. Dit alles is een reden tot vreugde.
Gerald M. Fagin sj
