Dit WE heb ik de preekbeurt in onze kerk (de Krijtberg) in Amsterdam. Hieronder vindt u de tekst van mijn overweging.
ZONDAG DOOR HET JAAR
wonderen van Jezus behoorlijk centraal. Jezus verricht er het ene wonder na het
ander: genezingen, duiveluitdrijvingen, broodvermenigvuldigingen, het bedaren
van de weerselementen, enz. Steevast horen we Jezus daarbij de zelfde opmerking maken. Na afloop van het wonder
vraagt Hij de betrokkenen om het niet rond te vertellen. Aan de ene kant lijkt
het doen van wonderen sterker te zijn dan Hemzelf. Aan de andere kant lijkt
Jezus te willen vermijden dat de mensen er teveel aandacht zouden aan besteden.
Kerk. Of het nu gaat over wonderlijke genezingen in Lourdes of over de
erkenning van mariale verschijningen, de Kerk gaat er met de grootste
omzichtigheid mee om. En als de Kerk dan al een wonder of een verschijning
erkent, dan staat het elke gelovige vrij om hier al of niet in te geloven.
op hetzelfde niveau staat als een genezing in Lourdes. Feit blijft die
terughoudendheid van Jezus; en in zijn voetspoor, die van de Kerk. Van waar
komt dit? Beter nog, wat kunnen wij daaruit leren.
belangrijke leessleutel. Jezus is er op bezoek in Nazareth. Het is de plaats
waar de mensen Hem hebben gekend als kind en als opgroeiende jonge man. De
plaats waar mensen het gewone leven hebben gedeeld met Jezus. En, zo vertelt
Marcus, Hij – ttz, Jezus die daar op
bezoek komt – kon daar geen enkel wonder doen, …. Hij (Jezus) stond verwonderd over hun ongeloof.
Blijkbaar is er dus een verband tussen geloven in Jezus en de mogelijkheid van
het (zien) van wonderen. Je dient te geloven in Jezus opdat je zijn wonderen
op het spoor kan komen.
Jezus. Wat wil dat zeggen. Geloven in Jezus, in zijn kern,
betekent geloven dat in Jezus God mens is geworden. Dat in Jezus God het hele
leven van de mens, heeft gedeeld. Nog anders gezegd, dat de meest uiteenlopende,
gewone aspecten van onze mensenervaring plaatsen zijn waarin God aan het werk is.
Geloven in Jezus gaat dus niet in de eerste plaats over bijzondere momenten of
ervaringen in ons leven. Wel over ons hele dagdagelijkse leven waarin God
aanwezig verlangt te zijn.
onze Kerk. Theresa van Avila schrijft
dat een buitengewone geloofservaring maar bekenis heeft in de mate dat ze iets
verandert in het gewone leven van de
betrokkene. Ignatius van Loyola zegt dan weer dat voluit geloven betekent dat
je leert om God op het spoor te komen en te dienen in alle dingen van het leven.
nodig om die natuurwetten te omzeilen om voor ons te kunnen zorgen. God behoeft
geen toverstokje om ons zijn liefde te betuigen. Gelukkig maar.
neiging om te denken dat Gods optreden in ons leven gepaard moet gaan met
spectaculaire tekens. Want, dan ben je
tenminste zeker. Dan is er geen twijfel meer mogelijk, denken
we wel eens. Gelukkig maar dat we ons
vergissen. Het ons al te zeer focussen op dat spectaculaire dreigt ons net te
verblinden voor die doorlopende wonderen in ons leven en in dat van de hele
schepping: de lach van een kind, een jongen die in de tram zijn plaats afstaat
aan een ouder iemand, een eend met kuikentjes in een gracht, de zon die ons
deze dagen zo gul haar deugddoende warmte schenkt, enz. Allemaal
vanzelfsprekend? Of eerder van-God-sprekend?!
leven is vol van wonderen. En ons geloof in Jezus, het vertrouwen dat God
actief met ons bezig is, stelt ons net in staat om al die wonderen te zien. Ja,
christenen geloven in wonderen. We geloven dat God voorturend de overdaad van
zijn leven en liefde met ons deelt.
