Onderstaande vraag werd me onlangs gesteld. Het is een vraag waar ik zelf ook bijna dagelijks mee worstel. Ik deel ze graag met jou.
en de kracht van het Ignatiaanse erfgoed. Na al die jaren blijft het me echt
verrassen en blijft het klinken als nieuw. En altijd kom ik vrijwel onmiddellijk bij een
verlangen dat sterker lijkt te worden doorheen de jaren: hoe breng je deze
rijkdom bij hen die –excuseer dat ik het zo zwart wit en kort door de bocht
formuleer- van God noch gebod weten. Ook in hen en voor hen spreekt Hij, ook al
hebben ze zelf voor Hem geen naam en als dusdanig nauwelijks aandacht.
en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en hij
onderwees hen langdurig (Mc.6.34). Die
zin komt dan altijd in me op.
mijn medereizigers op de bus. Hoe kan je spreken over God en vanuit Zijn leven
zonder Hem te noemen? Hoe kan je iets van Hem laten proeven op een manier die
deze mensen raakt en blij maakt? Deze vraag houdt me al jaren bezig. Ik voel me
sterk met deze mensen verbonden zonder dat ik die verbondenheid echt goed kan
plaatsen of verklaren. Ik merk alleen dat mijn hart altijd weer naar hen
uitgaat, meer dan naar pakweg de leden van de EO of naar geëngageerde
kerkgangers, ook al heb ik uiteraard niets tegen dat publiek.
Maar ik weet niet echt wat te doen met deze
’innerlijke beweging’ . Soms denk ik dat ik mezelf iets wijs maak of het
overroep, maar eigenlijk kan ik er niet naast kijken of voelen. Wat ik ermee
aan moet is niet zo duidelijk.»
