ontmoeten in het huis van de heilige Marta, dat gebruikt werd door de
kardinalen die deelnamen aan het conclaaf, omstreeks 17u30 (17 maart 2013). Hij
stond aan de ingang en omhelsde mij, zoals jezuïeten dat gewoon zijn. Eerst
werden er enkele foto’s genomen, op zijn verzoek. En ondanks mijn
verontschuldigingen dat ik het protocol diende te respecteren, drong hij erop
aan dat ik met hem zou omgaan zoals met om het even welke andere jezuïet en hem
dus zou tutoyeren. Het was dus niet de bedoeling dat ik hem zou aanspreken met “Heiligheid”
of “Heilige Vader”.
personeel enz. nodig zal hebben bood ik hem al de mankracht van de jezuïeten
aan. Hij was me hier dankbaar voor en hij zei dat hij graag wilde ingaan op
mijn uitnodiging om met ons het een middagmaal te komen gebruiken in onze
curie.
de verschillende thema’s die we bespraken. Het werd me duidelijk dat we
uitstekend zouden kunnen samenwerken in de dienst van de Kerk in naam van het
Evangelie.
verleden, het heden en de toekomst. Ik verliet de ruimte met de overtuiging dat
het boeiend zal zijn om met hem samen te werken in de wijngaard van de Heer. Toen
ik wegging hielp hij me om mijn mantel terug aan te trekken, en vergezelde hij
me tot aan de deur. Dat maakte dat ik nog recht had op enkele begroetingen van
de Zwitserse wachten. Nog een jezuïtische hug, een uitstekende wijze om een
vriend te ontmoeten en om vervolgens weer afscheid te nemen van hem.
