23.02.25

4 min

Het kleine meisje hoop – Een gedicht voor deze tijden, van Charles Péguy

Photo of Nikolaas Sintobin

Nikolaas Sintobin

Auteur

De hoop - het geloof waar we vandaag het meest nood aan hebben. Een gedicht van Charles Péguy, in een korte en een lange versie.Het kleine meisje hoop (kort) Het geloof waar ik het meest van hou,zegt God, is de hoop.Nee, liefde, zegt God, dat...

De hoop –  het geloof waar we vandaag het meest nood aan hebben. Een gedicht van Charles Péguy, in een korte en een lange versie.

Het kleine meisje hoop (kort)

 

Het geloof waar ik het meest van hou,

zegt God, is de hoop.

Nee, liefde, zegt God, dat verwondert me niet.

Maar wat me verwondert, zegt God, is de hoop.

Daar ben ik van ondersteboven.

Ze zien toch wat er in de wereld allemaal omgaat

en ze geloven dat het morgen allemaal omslaat.

Wat een wonder is er niet voor nodig

dat zij dat kleine hoopje hoop nooit als overbodig ervaren 

maar met voorzichtige gebaren

in hun hand en in hun hart bewaren,

een vlammetje dat keer op keer weer

wankelt en dreigt neer te slaan

maar altijd weer weet op te staan,

en nooit wil doven.

 

Hoop is een heel klein meisje van niks.

Zij stapt op tussen de twee vrouwen

en iedereen denkt: die vrouwen houden

haar bij de hand,

die wijzen de weg.

Maar daarvan heb ik meer verstand,

zegt God, ik zeg:

het is dat kleine meisje hoop

dat al wat tussen mensen leeft

hun heen en weer geloop

licht en richting geeft.

Want het is dat kleine meisje hoop

– ,je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,

je denkt soms dat het zo onooglijk is ­ 

het is dat kleine meisje hoop

dat de mensen zien laat, zien soms even,

wat in het leven mogelijk is.

Het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou, 

de liefde waar ik het meest van hou, is de hoop. 

Geloof, dat verwondert me niet.

Liefde, dat is geen wonder.

Maar de hoop, dat is haast niet te geloven. 

Ikzelf, zegt God, ik ben er van ondersteboven.

 

Charles Péguy

Vertaling Frans Van Bladel sj

 

 

 

 

 

Het kleine meisje hoop (lang)

 

Het geloof waar ik het meest van hou,

zegt God, is de hoop.

Geloof, dat verwondert me niet.

Ik ben overal zo zichtbaar aanwezig, 

in de zon en de maan en de sterren aan de hemel

en in ‘t gewemel

van de vissen in de rivieren,

en in alle dieren,

en in het hart van de mens, zegt God, 

dat het diepste is

en het meest in het kind

dat het liefste is

dat ik ooit heb geschapen.

In alles wat boven en onder is

ben ik zo luisterrijk aanwezig,

dat geloven, zegt God, in mijn ogen

geen wonder is.

Ook liefde verwondert me niet, zegt God.

Er is onder de mensen zoveel verdriet,

soms niet te stelpen,

dat je toch vanzelf ziet

hoe ze elkaar moéten helpen.

Ze zouden wel harten van steen

moeten hebben als ze voor een

die tekort heeft het brood

niet uit hun mond zouden sparen.

Nee, liefde, zegt God, dat verwondert me niet.

Maar wat me verwondert, zegt God, is de hoop.

 

Daar ben ik van ondersteboven.

Ze zien toch wat er in de wereld allemaal omgaat

en ze geloven dat het morgen allemaal omslaat.

Wat een wonder is er niet voor nodig

dat zij dat kleine hoopje hoop nooit als overbodig ervaren 

maar met voorzichtige gebaren

in hun hand en in hun hart bewaren,

een vlammetje dat keer op keer weer

wankelt en dreigt neer te slaan

maar altijd weer weet op te staan,

en nooit wil doven.

 

Soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven. 

Geloof en liefde zijn als vrouwen.

Hoop is een heel klein meisje van niks.

Zij stapt op tussen de twee vrouwen

en iedereen denkt: die vrouwen houden

haar bij de hand,

die wijzen de weg.

Maar daarvan heb ik meer verstand,

zegt God, ik zeg:

het is dat kleine meisje hoop

dat al wat tussen mensen leeft

hun heen en weer geloop

licht en richting geeft.

Want het is dat kleine meisje hoop

– ,je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,

je denkt soms dat het zo onooglijk is ­ 

het is dat kleine meisje hoop

dat de mensen zien laat, zien soms even,

wat in het leven mogelijk is.

Het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou, 

de liefde waar ik het meest van hou, is de hoop. 

Geloof, dat verwondert me niet.

Liefde, dat is geen wonder.

Maar de hoop, dat is haast niet te geloven. 

Ikzelf, zegt God, ik ben er van ondersteboven.

 

Charles Péguy

Vertaling Frans Van Bladel sj

Photo of Nikolaas Sintobin

Nikolaas Sintobin

Auteur

Banner image: Zoek je verbinding op je reis?

Zoek je verbinding op je reis?

Word lid van onze WhatsApp-groep voor ignatiaanse zoekers en vind medereizigers.

Gerelateerd

 Meer binnen dit thema

De nieuwste artikelen

Misschien vind jij dit ook interessant?