– 14 1 Petr. 4, 13 – 16 Joh. 17, 1 – 11a
droeg hij een indrukwekkende ring. Met zijn linkerhand hield hij een transistor
vast. Zodra hij sprak, zette hij die aan. Om de afluisterapparatuur te verstoren,
fluisterde hij. František Tomášek was de kardinaal aartsbisschop van Praag. Hij
was net 90.
ik met Kerk in nood op rondreis in
het Oostblok, kort voor de val van het ijzeren gordijn. We gingen naar Tsjechoslovakije.
Daar heerste toen een echte kerkvervolging. In Olomouc bezochten we een
concentratieklooster. 200 oudere zusters hadden er permanent huisarrest. In
Bratislawa zagen we Jan Korec sj, een ondergrondse jezuïetenbisschop. Het meest
indrukwekkend was echter de ontmoeting met kardinaal Tomášek .
ik niet meer. Wel dat we Tomášek vroegen om een boodschap voor het thuisfront. Hij
moest niet lang nadenken.
zich inzet voor Christus doet veel
bidt voor Christus doet meer
lijdt voor Christus doet alles
aalmoes . Hij kwam uit de mond van een oude man die de verpersoonlijking was
van een zwaar verdrukte Kerk. Lange jaren had hij in de gevangenis gezeten.
van Tomášek niet.
Ze leken me nogal doloristisch. Ik herinnerde me een seminarie filosofie aan de
universiteit over De Antichrist van Nietzsche. Hij verweet christenen een
ongezonde houding ten aanzien van het lijden. De kritiek van Nietzsche was niet helemaal ten onrechte. Meerdere stromingen
in het christendom zijn daar de voorbije eeuwen op vastgelopen. Ook vandaag gebeurt
dat nog.
leessleutels om dat lijden omwille van
Christus beter te snappen.
wees des te meer verheugd naarmate jullie
meer deel hebben aan het lijden van Christus. Hebben we dit goed gelezen?
Worden we hier uitgenodigd om voortaan blij te zijn als we lijden? Is een goede christen een droeve christen? Neen.
Dat staat er niet. Wel dat deel hebben aan het lijden van Christus een bron van vreugde kan zijn. Petrus heeft het niet zomaar over
lijden. Wel over lijden dat verband houdt met de persoon van Jezus. Hoe kan het deelhebben aan
het lijden van Jezus bron zijn van grote vreugde?
zegt er dat het uur van de verheerlijking gekomen is. De verheerlijking, in het
jargon van Johannes, verwijst naar de openbaring van Gods liefde. In de
theologie van Johannes bereikt deze openbaring haar hoogtepunt in de oprichting
van het kruis: Jezus die bemint tot in de waanzin van het kruis; Jezus die blíjft liefhebben, ook als Hij op
de meest brutale wijze wordt geconfronteerd met kwaad en lijden. De gekruisigde
Jezus openbaart dat Gods liefde krachtiger is dan de zonde van de mensen. Niets
kan de goddelijke liefde van Jezus tegenhouden of kapot maken. Zijn liefde is
zo groot dat zij onze zonde niet alleen verdraagt maar zelfs wegbrandt. Daarom
noemen we Jezus de Verlosser. Hij is
het Lam van God dat, door zijn liefde, de zonden van de wereld wégneemt.
is, hangt een beeld van de stervende Jezus met een glimlach op de lippen. De
liefde die de stervende Jezus ontvangt van de Vader is zo groot dat Hij diepe vreugde
ervaart, ook al lijdt Hij verschrikkelijk.
Johannes gaat echter nog verder. Hij leert ons dat
ook wij ons steentje kunnen bijdragen aan die verheerlijking. Ook onze liefde
kan een bijdrage zijn aan het verlossingswerk van Jezus: als wij blijven liefde
geven aan de puber die zich onmogelijk gedraagt; als we ervoor kiezen om toch
weer liefdevol om te gaan met man, vrouw, broeder of zus die zich onmogelijk gedragen; als wij vriend,
buur of collega enz. een nieuwe kans geven eerder dan lik op stuk te geven. Uit
ervaring weten we dat dit pijn kan doen. Ook dat het, tegelijkertijd, op een
dieper niveau, vreugde geeft. De vreugde die ook Jezus voelde als zijn liefde
afgewezen werd en Hij, niettegenstaande de pijn, toch bleef beminnen.
De liefde van Jezus heeft het kwaad overwonnen,
niet uitgeroeid. De zonde bestaat nog steeds en blijft schade berokkenen. Belangeloos
beminnen, niettegenstaande alles, is de bijdrage die wij vandaag kunnen leveren
om de schade die de zonde berokkent in te perken. De vreugde van Jezus is en
blijft sterker dan het lijden. Ook in ons leven. Zij maakt ons tot mooie
mensen. Zoals die oude kardinaal František Tomášek.
