Claret, een welstellende vriend van Ignatius uit Barcelona, gaat naar zijn
einde toe. Ignatius vraagt aan Jaime Cazador die zich om hem bezorgd maakt, dat hij hem zou helpen op de beste manier
afstand te doen van zijn vele goederen (februari 1536).
dichte familie aan wie hij, volgens de wet, zijn goederen moet nalaten, lijkt
me zonder enige twijfel de beste oplossing, en ook de meest wijze, deze terug
te schenken aan diegene van wie hij dit alles heeft gekregen, namelijk onze
universele Gever, Leider en Heer, zodat zij kunnen aangewend worden voor rechtvaardige
en heilige liefdadigheidswerken.
in dit leven wegschenkt dan daarna. …
de graden van volmaaktheid, vermeldt er in dit verband twee. Vooreerst een mens
kan al wat hij bezit afstaan aan zijn ouders en aan zijn verwanten, om dan
Christus onze Heer te volgen. Doch hij beschouwt als een hogere graad dat men datgene
waar men afstand van doet aan de armen zou schenken, volgens de raad : ‘wil je
volmaakt zijn …’ (Mt 19, 21)
bezit aan de armen te schenken, wanneer de nood van je ouders minder groot is dan
die van de armen die jouw verwanten niet zijn. Maar wanneer hun nood even groot
is, dan moet je meer doen voor je ouders dan voor de anderen.
