tijdens de speciale Adventsviering, las de priester de stamboom van Christus
voor. Misschien denk je dat een lijst van eenenveertig namen de garantie is voor
een behoorlijk saaie liturgie, maar voor mij was dit het hoogtepunt.
Hij las de
stamboom voor in gedeelten. Van tijd tot tijd klonk er, tussen de gebeden en
liederen door, tromgeroffel vanaf het koor en dan werden er weer de namen van
een paar generaties voorgelezen, op heel ernstige toon, alsof het een
begrafenis betrof. Het voelde alsof het de begrafenis van iedereen betrof.
we zouden ons hopeloos gevoeld hebben, als niet op een gegeven moment dat
laatste tromgeroffel kwam waarmee de plotselinge verschijning van Jezus de
Christus werd aangekondigd – en niet van nog iemand die zou sterven en
verdwijnen.
