ik achter mijn bureau, in de omgang met de edelste geesten, verover, niet
doordringen tot in de kleinste dingen van het dagelijkse leven, wanneer niet
iets van het grote besef over menselijke waarden, tot in de verst verwijderde
ademtocht doordringt, dan heeft dat « geestelijke leven », het leven
in de geest, of hoe ik het nog eens noemen zal in een verlichter ogenblik, geen
betekenis. Zo voel ik het tenminste. En men hoeft hier geen doordravende of
wereldvreemde idealist voor te zijn. »
Hillesum
