heel weinig mensen beseffen wat God met hen zou kunnen doen indien ze zich aan
Hem zouden toevertrouwen en zich door zijn genade lieten kneden. Een dikke en
vormeloze boomstam zou nooit geloven dat hij een beeld zou kunnen worden dat
bewonderd wordt als een wonder van vakmanschap; hij zou zich nooit onderwerpen
aan de beitel van de beeldhouwer die met zijn genie ziet wat hij er van kan
maken. Vele mensen die we kennen leven eigenlijk amper als christenen. Ze
snappen niet dat ze heilig zouden worden, mochten ze toelaten dat Gods genade
hen vormt en mochten ze zijn plannen niet dwarsbomen door weerstand te bieden
aan wat Hij wil doen.”
