Graag bied ik u enkele uittreksels aan.
4 jaar oud was, en duidt hem 20 jaar later.
gaan wandelen.
te komen, stond ik plotseling als aan de grond genageld van schrik. Voor mij,
vlakbij het prieeltje, bevond zich een ton met kalk en op die ton dansten twee
afgrijselijke duiveltjes en wel met een verrassend grote lenigheid ondanks de
strijkijzers die ze aan hun voeten hadden.
ze leken meer geschrokken te zijn dan ik – sprongen ze van de ton af en gingen
zich verstoppen in de linnenkamer die daar tegenover is. Toen ik zag hoe laf ze
waren, wilde ik wel eens weten wat ze daar gingen doen en ik ging dichter bij
het raam staan. Die arme duiveltjes renden daar over de tafels en wisten niet
hoe ze zich aan min blik konden onttrekken. Af en toe kwamen ze dichter bij het
raam en keken ongerust om zich heen of ik er nog steeds was. Als ze me dan nog
steeds zagen, begonnen ze weer als wanhopigen rond te rennen.
goede God gewild heeft dat ik me die droom zou herinneren. Hij wilde me zo
laten zien dat een ziel, die in staat van genade is, niets van de duivel te
vrezen heeft. Hij is immers zo laf, dat hij zelfs voor de blik van een kind op
de vlucht slaat.
