Wat een verschil met de vorige paus, zullen sommigen zeggen. Inderdaad, het contrast tussen beide personages lijkt groot: het strikte Duitsland versus het frivole Zuid-Amerika; de boekenwurm versus de man van de pastorale praktijk, de intellectueel versus de manager, de wereldheer versus de religieus, de rijkdom en het gewicht van de traditie versus de jonge Kerk, de orthodoxie van de leer versus de dagdagelijkse inzet voor sociale gerechtigheid, enz. Eindelijk een hervorming van het pausdom en van de ruimere Kerk na het ter plaatse trappelen van Benedictus?
Een rijk van eenvoud
Hierdoor heeft de pedagoog en professor Benedictus, die moeilijk kan verdacht worden van onorthodoxe nieuwlichterij, op onweerlegbare wijze de functie van de paus gefinetuned. Meer in het bijzonder heeft hij bijgedragen tot de desacralisatie van het pausambt in het leven van de Katholieke Kerk.
Door terug te treden heeft de traditiegevoelige Benedictus aangetoond dat dit ambt dient onderscheiden te worden van de mens die het bekleedt. Alle structuren en dus ook ambtdragers binnen de Kerk staan ten dienste van het leven van de kerkgemeenschap, het evangelie van Jezus Christus en de opbouw van het rijk van God. Dit rijk is er een van gerechtigheid, eenvoud, soberheid, broederlijkheid, liefde en vrede. Even zo vele waarden die Franciscus op het lijf lijken geschreven te zijn. In woord en vooral in daad.
Vermoeide Westen
De voorbije dagen doen vermoeden dat de katholieke wereldkerk, eens te meer, haar potentieel van zelfvernieuwing aan het aanboren is. Het vermoeide Westen ontdekt, tot zijn eigen verwondering, hoezeer het verlangt om met volle teugen te mogen drinken van de verfrissende zuiderse bron van het evangelie.
Vertrekkend nog wel van de laatste geniale zet van de man die, meer dan wie ook, de kracht en de zwakte van dat oude Westen geïncarneerd heeft. Van een paradox gesproken.
