Desmet sj is jezuïet en palliatief arts.
Sinds 23 jaar staat hij, als arts, mensen bij in de laatste fase van hun
lijden. Marc is er zich bewust dat hij werkt op een grensgebied. En dat het
belangrijk is dat op het grensgebied van
het levenseinde gewerkt en gedacht wordt vanuit het Evangelie. In de grootst
mogelijke openheid. Zijn laatste boek “Euthanasie:
waarom niet” is de neerslag van deze ervaring en reflectie.
publiceer ik een aantal uittreksels, geselecteerd door Marc Desmet sj zelf.
sj, Lannoo, Tielt, ISBN 978 94 014 2666 4, 320 p., 19,99 €
wil sterven, dat is toch mijn zaak.
eigenlijk hulp bij jouw zelfdoding. Dit heeft zo zijn gevolgen voor de arts,
voor de omgeving en voor de maatschappij. (p.72)
euthanasiepraktijk betreft niet alleen de zieke. Ze treft ook de maatschappij.
Een van de meest fundamentele risico’s
omschrijf ik als de verschuiving van euthanasie naar hulp bij zelfdoding.
een dodelijk drankje of door een spuitje van een arts. Veeleer bedoel ik dat
euthanasie nog minder vanzelfsprekend wordt wanneer een persoon nog vele jaren
kan leven, en dus niet strikt terminaal is. Denk aan de euthanasie van Hugo
Claus bij dementie in een beginnend stadium.
euthanasie bij mensen met een chronisch ondraaglijk psychisch lijden. Chronisch
depressieve personen kunnen enorm lijden maar ook nog tientallen jaren leven,
en een onverhoopte ommekeer in de beleving is nooit helemaal uitgesloten. Toch
lijkt euthanasie bij bejaarde levensmoeë mensen met veel kwaaltjes maar zonder
zware ziekte nog vergaander.
ziek zijn maar euthanasie vragen omwille van hun ‘voltooid leven’: ik heb mijn
doel bereikt, mijn kinderen en kleinkinderen hebben hun weg gevonden en wat
voor mij rest zal enkel minder zijn – bij het ‘voltooide leven’ is geen sprake meer van ‘ondraaglijk lijden’, oorspronkelijk
toch de grote drijfveer voor het euthanasieverhaal? Gaat het daar niet puur om
zelfbeschikking of gewoon het recht op hulp bij zelfdoding?
diverse types dus meer en meer naar geassisteerde zelfdoding. Dit stelt grote
vragen naar onze maatschappij die sowieso reeds gekenmerkt wordt door een hoog
zelfdodingscijfer, maar ook naar de rol van de arts. Moet hij of zij zorgen
voor een niet eenzame, ‘propere’ geassisteerde zelfdoding? Wordt de arts de
assistent van de dood, ik bedoel: niet alleen als ver-zorger maar ook als
be-zorger van de dood, zelfs buiten de context van een medisch probleem?
