Dit geheel van acht regels werd geformuleerd door de heilige Petrus Canisius sj, de eerste Nederlandse jezuïet. Met noemt het de “Codex canisiana”. Ze beogen een aantal praktische
tips aan te bieden over de wijze waarop een jezuïet dagdagelijks in het leven
dient te staan, in het bijzonder in de omgang met andere mensen. Bij
uitbreiding kan dit opengetrokken worden naar alle mensen van goede wil.
Referentie is, uiteraard, het voorbeeld en de raadgevingen van Ignatius van
Loyola himself.
individuele regels kan je maar ten volle naar waarde schatten als je ze leest
samen met de andere (vb regel nr 1 en nr 5, regel nr 3 en nr 6). Zoals steeds
in de ignatiaanse spiritualiteit, gaat het bij deze regels niet over alles of
niets, over wit of zwart. Wel over het vinden van een steeds veranderend
evenwicht tussen uiteenlopende spanningsvelden. Complex dus, en niet makkelijk.
Net zoals onze hele mensenwerkelijkheid. Het gaat dus niet over regels om blind
toe te passen. Wel over regels als vertrekpunt om onderscheidend in het leven
te staan.
- Spreek nooit
iemand tegen, ongeacht of het gaat over een overste, een
gelijke of een onderdaan. Ongeacht of je daar een reden toe hebt of niet.
Volg steeds datgene waar de anderen mee instemmen. Zonder je te
verontschuldigen, ook al zou je dat met reden kunnen doen.
- Gehoorzaam blind aan je
oversten, gelijken of onderdanen in alles. Zowel in grote als in kleine
dingen. Bedenk dat je daartoe een gelofte hebt afgelegd aan God onze Heer.
- Let nooit op de tekorten van anderen. Wees steeds bereid om de gebreken van je
medebroeder of van je naaste te verontschuldigen. Daarentegen, moet je
steeds bereid zijn om je eigen fouten toe te geven. Meer nog, verlang
ernaar dat allen je kennen, zowel van binnen als van buiten.
- Of je nu praat, antwoordt, luistert, handelt of
op stap gaat, stel je steeds eerst de vraag of je hiermee God behaagt of tot voorbeeld op
tot stichting bent van je naaste.
- Behoud de vrijheid
van geest, waar of ten overstaan van wie ook. Schik je nooit, voor
niemand. Maar behoud steeds de vrijheid van geest om te kiezen tussen
tegengestelden. Je mag hier nooit op toegeven, noch mag je deze vrijheid
verloren laten gaan om welke moeilijkheid of om welk type overweging dan
ook.
- Wees niet de vriend of de vertrouweling van allen, zonder onderscheid; maar
overweeg naar wie de Geest je meer beweegt en drijft en welke categorieën
van drijfveren je daartoe bewegen.
- Oefen je voortdurend in de
Oefeningen (NB: bedoeld worden de
“Geestelijke Oefeningen”, de gebedsmethode uitgewerkt door Ignatius van
Loyola), zowel van werken als van denken. Verlang ernaar “om voor gek
gehouden te worden” en onwetend in
het aanschijn van de mensen, opdat je voor God wijs zou zijn of opdat je,
al de rest versmadend, Hem zou winnen. Hierop, zei hij (NB: Ignatius), moet je alles
verwedden, in de voormiddag, in de namiddag en bij het slapen gaan; lees
dit en zeg vervolgens een schuldbelijdenis, een Onze Vader en een
Weesgegroet.
- Zoals onze Vader (NB: Ignatius) gewoonlijk zei, “je moet alles doen in de Heer, in geest en waarheid,
met kracht en zachtheid”.
