terstond dat Hij het was. Alleen Hij. Hijzelf persoonlijk. Binnen 15 seconden
was Hij in volle werking in me. Vlakbij binnen in mijn hele borst over de hele
breedte. En absoluut niet buiten mij. Geen ogenblik van schrik. Ik bleef rustig
zitten, met mijn armen op de leuning, kalm naar achteren geleund. Ik liet alles
in mij gebeuren en behoefde niets te doen. Er kwam geen enkel idee naar voren,
ik kreeg helemaal geen ‘opdracht’. Er werd niets gevormd, bewogen ergens heen.
Volkomen stationair.
Maar wat gebeurde was volkomen duidelijk. Hij was er
strikt alleen voor mij, apart om mij. Met mij bezig. Er was niets aan de gang
buiten mij om, of voor iemand of iets anders. Het ging nergens over. Hij deed
alleen maar. Wat? Zijn Vriendschap. Ik kan het niet anders zeggen. Ik zwolg in
zijn Vriendschap. Het was niet koud of warm. Onmetelijk puur en lief. Mateloos
innig. Overtreffend alle verlangen naar vriendschap, en toch duidelijk precies
wat ík vriendschap noem. Zonder dat ik iets van lippen voelde, was het of Hij
in mij een kus bracht, tien minuten lang. Het werd niet meer of minder.
Ik was
in dit geluk geheel rustig en deed niets terug. Het was woordeloos. Toch kon ik
goed denken, maar bidden deed ik niet. Het was een geheel heldere gebeurtenis,
zonder iets dat afleiding gaf of verduisterde. Ik dacht: “Dit is vriendschap.”
Ik had de gedachte: “Zo is eeuwigheid”. Maar geen sprake van een gesprek. Dat
is alles. Na tien of twaalf minuten, dunkt
me, was Hij duidelijk weg.
