van het geloof als in die van de wetenschap. De emeritus-directeur van het Vaticaanse
Observatorium ziet geen conflict tussen wetenschappelijke en religieuze kennis.
In een interview mijmert George Coyne sj over diverse aspecten van de
verhouding tussen geloof en wetenschap. Ik selecteerde enkele passages voor u.
dit enorme universum?
en daar is geen twijfel over mogelijk. Ik bedoel, God heeft zijn enige Zoon naar
ons gezonden. Bijzonder zijn in de betekenis van een onderdeeltje zijn van het
heelal is één ding, maar iets anders is het om speciaal te zijn in de zin van de
religieuze geschiedenis kennen en leven vanuit een gelovige visie. Maar het blijft
een uitdaging.
het heelal zouden zijn, dan zou het moeilijk zijn voor mij als wetenschapper om
te verdedigen dat we speciaal zijn. Onze geschiedenis van menselijke beschaving
maakt ons zeker bijzonder. Maar wat als er daar buiten in het heelal een andere
beschaving is, intelligent en spiritueel, die een speciale relatie met God heeft?
Wat zou dat doen met ons?
Maar zou God zijn eniggeboren Zoon, waarachtig God en waarachtig mens, kunnen
sturen om ware God en waar marsmannetje, of wat ook maar, te worden? Ik zou dat
heel moeilijk te accepteren vinden, maar ik kan het niet uitsluiten. Ik weet
niet genoeg om het uit te sluiten, en ik kan God niet inperken.
lijken, maar als God uiteindelijk besluit een andere spirituele beschaving op een
heel bijzondere manier te behandelen, zou dat afbreuk doen aan zijn heel
speciale behandeling van ons, hoe hij ook met die anderen zou omgaan?
Wanneer mijn moeder besluit een nieuwe broek voor me te kopen, maakt dat mijn
broer minder bijzonder voor mijn moeder? Ik kan me niet voorstellen dat het
ontdekken van een intelligente, spirituele beschaving van wie God houdt op zijn
speciale manier afbreuk zou doen aan Gods liefde voor ons.
