Gisteren kreeg ik de publieksprijs voor mijn boek Vertrouw op je gevoel. Kerknet stelde me enkele vragen naar aanleiding hiervan
1. Het is bijzonder dat je de
publiekprijs krijgt. Hoe ervaar jij zelf die onderscheiding
Boeken schrijven maakt deel
uit van mijn werk als jezuïet. Zo’n prijs interpreteer ik als een bevestiging
dat dit werk wordt gewaardeerd. Dat maakt mij blij. Ik geef veel voordrachten.
Dan kan je mensen gedurende 1 à 2 uur
iets aanreiken. Het lezen van een boek duurt veel langer en kan daarom veel
dieper gaan. Die publieksprijs draagt er hopelijk toe bij dat het boek verder
verspreid en gelezen wordt. Er zijn nu al vijf drukken. Hoe meer lezers hoe
meer vreugde, op aarde en in de hemel!
2. Kan je kort iets vertellen
over de inhoud van jouw boek en ook waarom de Heilige Ignatius van Loyola, de
stichter van de jezuïeten, volgens jou nog relevant is en een inspiratiebron
kan zijn voor vandaag.
Ignatius leert hoe gevoelens
een vertrekpunt kunnen zijn om God op het spoor te komen in je leven. Volgens
hem is God dus terug te vinden in de ervaring van de mensen. Dat sluit naadloos
aan bij onze cultuur. Die waardeert zowel de persoonlijke ervaring als de
gevoelens.
Nogal wat
spiritualiteitsboeken gebruiken veel jargon en vooronderstellen een hoog
“geloofsniveau” bij de lezer. Beide liggen vandaag voor veel mensen moeilijk.
Ignatius van Loyola vraagt om te incultureren: om de Blijde Boodschap van Jezus
te beleven en te delen in en dankzij de eigen cultuur. Daarom heb ik gekozen
voor laagdrempeligheid, “gewoon” woordgebruik en veel uit het leven gegrepen
voorbeelden.
Paus Franciscus heeft een
synodale dynamiek gelanceerd in onze Kerk. Daarbij speelt de (ignatiaanse) onderscheiding
een centrale rol: hoe komen we erachter waar Gods Geest zijn Kerk toe
uitnodigt. Dit onderscheidend luisteren naar de Geest is net het onderwerp van
mijn boek.
3. Je krijgt nogal snel het
etiket van internetpastor opgekleefd. Ben jij daar gelukkig mee? En op welke
manier kan de kerk op internet en sociale media in het algemeen aanwezig zijn
en hoe kunnen die voor haar een meerwaarde betekenen?
Ik ken weinig of geen andere mensen die zich internetpastor
noemen. Ik hoop dat hier snel verandering in komt. De digitale transitie is immers
een realiteit. De plek bij uitstek waar je vandaag (nieuwe) mensen kan bereiken
is het internet. Het is een plicht, beter, een heerlijke uitdaging voor
christenen om ook in de digitale omgeving het Evangelie van Jezus aan te
bieden.
Het internet biedt ongekende mogelijkheden. Vlak
voor ik deze regels schreef hield ik een gebedsviering via Zoom (video) voor de
deelnemers aan onze digitale adventsretraite. Ik was ontroerd toen ik op de
tientallen schermpjes een ziekenhuiskamer zag. Met een mondkapje aan en omringd
door allerhande machines kon de bedlederige Noël, dankzij internet, deelnemen
aan onze gebedstijd.
In Vlaanderen hebben we reeds het
uitstekende Kerknet. Er is de onvolprezen Thomaswebsite voor het
godsdienstonderwijs. Ook de jezuïeten investeren veel in digitaal pastoraat. Al
bij al is het digitale aanbod in christelijk Vlaanderen echter nog relatief beperkt.
Ik hoop oprecht dat snel ook andere groepen in de Kerk zich meer gaan toeleggen
op een professionele en creatieve aanwezigheid in de digitale omgeving.