Graag deel ik enkele indrukken met u.
nobelprijswinnaar (3/4).
Zuid-Afrika, ik vermoed in het begin van de 19de eeuw. Een klein,
vooruitgeschoven garnizoenstadje wordt geobsedeerd door de angst voor “de
barbaren”, ttz de indigeense bevolking die er omheen woont. De schrijver toont
haarfijn aan hoe deze angst zichzelf in stand houdt en voedt. Het brengt de
soldaten en de burgers tot onwaarschijnlijk gedrag tav de inheemse bevolking,
maar ook tov de eigen mensen die deze onmenselijkheid aanklagen.
die tegen de beestachtige behandeling van de Afrikanen wil ingaan. Niet alleen
in woord. Ook in daad. Hoewel er niet naar hem wordt geluisterd, is hij toch de
enige lichtstraal in deze historische roman. En wel een die een prachtig, zij
het tragisch, licht verspreidt. Weliswaar kan de aanklacht van één man het
onrecht niet ongedaan maken. Maar het herstelt wel, tot op zekere hoogte, de
mogelijkheid om te geloven in en te hopen voor de mensheid.
die ik de voorbije jaren gelezen heb.
