De voorbije dagen is heel wat gezegd en geschreven over de vermeende betrokkenheid van kardinaal Bergoglio bij de dictatuur die Argentinië heeft gekend. In het bijzonder wordt geïnsinueerd dat hij als toenmalige provinciale overste van de Argentijnse jezuïeten twee van zijn medebroeders zou hebben laten oppakken door de militaire machthebbers. Het gaat hier om gratuite verdachtmakingen die niet gesteund zijn op feiten.
Een van beide jezuïeten, Franz Jalics sj, is thans een bejaarde, internationaal gekende geestelijke meester. Gisteren heeft hij een officiële verklaring gedaan, waaraan hij op heel sobere wijze «de feiten» noemt.
Sinds 1957 leefde ik in Buenos Aires. In
1974 ben ik samen met een medebroeder gaan wonen in een “Favela”, een
sloppenwijk van de stad. Ik voelde me bewogen door de innerlijke wens om het
Evangelie te beleven en de aandacht te trekken op de verschrikkelijke armoede.
Dit gebeurde met de toelating van Aartsbisschop Aramburu en van de toenmalige
provinciale overste, P. Jorge Mario Bergoglio. Vanuit deze sloppenwijk hebben
wij onze onderwijsactiviteiten aan de universiteit verder gezet.
Het leek toen op een burgeroorlog. In een
tijdsspanne van één tot twee jaren werden ongeveer 30.000 mensen omgebracht
door de militaire junta: linksgeoriënteerde guerrillero’s en ook onschuldige
burgers. Wij beiden in de sloppenwijken hadden geen contact met de junta en ook
niet met de guerrilla. Bij de toenmalige gebrekkige informatie en omwille van
bedoelde foute informatie, kon onze situatie echter ook binnenkerkelijk
verkeerd begrepen worden. In deze periode hebben wij het contact verloren met
een van onze lekenmedewerkers, toen deze persoon zich bij de guerrilla
aangesloten had. Negen maanden later werd hij door de soldaten van de junta
gevangen genomen en ondervraagd; toen bleek dat hij met ons contact had gehad.
Wij werden toen aangehouden, omdat men ervan uitging dat ook wij met de
guerrilla verbonden waren. Na vijf dagen verhoor, liet de officier die de
ondervraging geleid had, ons gaan met de woorden: “Paters, jullie trof geen
schuld. Ik zal ervoor zorgen dat jullie kunnen terugkeren naar de sloppenwijk.”
Op voor ons onbegrijpelijke wijze werden wij dan, ondanks deze belofte,
gedurende vijf maanden geblinddoekt en geboeid gevangen gehouden. Ik kan geen
standpunt innemen wat betreft de rol van P. Bergoglio in deze gebeurtenissen.
Na onze bevrijding heb ik Argentinië
verlaten. Slechts jaren later hadden we de gelegenheid om de gebeurtenissen te
bespreken met P. Bergoglio, die ondertussen tot aartsbisschop van Buenos Aires
benoemd was. Daarna hebben we samen en openbaar eucharistie gevierd en we
hebben elkaar op feestelijke wijze omarmd. Ik heb me verzoend met deze
gebeurtenissen en van mijn kant uit beschouw ik ze als afgesloten.
Ik wens Paus Franciscus voor zijn ambt de
rijke zegen van God.
Pater Franz Jalics SJ
15 maart 2013
