Amerikaanse jezuïet van begin de vijftig. In een artikeltje deelt hij met de
lezer de vijf mooiste staaltjes van jezuïetenwijsheid die hij ooit te horen
kreeg.
kersverse novice in Boston, 28 jaar oud. Ik kreeg te horen dat mijn volgende
stage plaats zou vinden in Kingston, een sloppenwijk van Jamaica. Ik wist wel
dat werken met armen deel uitmaakte van mijn leven als jezuïet. Toch was ik
doodsbang. Misschien zou ik wel overvallen worden of ziek worden. Het feit dat
een 2de-jaarsnovice allerhande huiveringwekkende verhalen vertelde over die
sloppenwijk en daarbij lekker overdreef maakte de zaak alleen maar erger.
naar Kingston zat ik in de woonkamer en staarde (ik was gewoon te zenuwachtig
om echt te lezen) naar de krant. Een oudere medebroeder kwam langs en sprak me
aan. Joe McCormick sj, een ervaren geestelijk begeleider, was een van de meest
vrije mensen die ik kende: warm, open, vreugdevol. “Klaar
voor Jamaica?” vroeg hij me. Al mijn angsten kwamen eruit. Joe luisterde
geduldig tot ik helemaal uitgesproken was.
schrik voor?” vroeg hij. Ik antwoordde dat ik schrik had om ziek te worden en
dat ik voortijdig terug naar huis zou moeten komen. Dat zou pas vernederend
zijn, dacht ik zwaarmoedig.
zei: “Ben je bereid om het jezelf te gunnen om ziek te worden, Jim? Je bent
toch maar een gewone mens, met een lichaam. En soms gebeurt het dat een lichaam
ziek wordt. Het ergste dat zou kunnen gebeuren – terug naar huis moeten komen –
is toch echt niet het einde van de wereld. Waarom zou je het jezelf niet gunnen
om gewoon mens te zijn?”
Eigenlijk had hij toch wel gelijk. Waarom me niet gewoon wat ontspannen en
gewoon mens zijn. De wereld zou echt niet vergaan mocht ik ziek worden. Ik
vertrok naar Jamaica … en was geen moment ziek. Ik werd er wel meer mens.
