Fundamenteel is een mens meer aangewezen op de anderen dan op zichzelf. Ik moet dus kunnen terugvallen op mensen, of op iemand die, omdat hij mij echt aanvaardt zoals ik ben, het juiste beeld van mezelf naar me toe weerkaatst. Iemand die, omdat hij ook...
Fundamenteel is een mens meer
aangewezen op de anderen dan op zichzelf.
Ik moet dus kunnen terugvallen
op mensen, of op iemand die,
omdat hij mij echt aanvaardt
zoals ik ben,
het juiste beeld van mezelf
naar me toe weerkaatst.
Iemand die, omdat hij ook van
me houdt zoals ik ben,
me ertoe brengt mezelf ook te
aanvaarden zoals ik ben,
en zelfs gelukkig te mogen
zijn met wie ik ben.
zonder dat ik naar beelden of
maskers moet grijpen.
De vraag is : wie is voor mij
die ‘iemand’ ?
Kan ik aanvaarden dat,
naast enkele mensen met wie ik
me nauw verbonden voel,
vooral God die iemand is?
Of zit ik vast in godsbeelden
die me doen geloven
dat ik me eerst moet
‘zuiveren’ van alle kwaad,
of al mijn wegen moet hebben
rechtgetrokken,
alvorens ik voor God mag
verschijnen
en alvorens Hij echt van mij
kan houden ?
Klinkt voor mij de gedachte
dat God van mij houdt
zoals een vader of een moeder
van zijn of haar kind
puur theoretisch of denkbeeldig,
of kan ik daar ‘inkomen’, al
was het maar nu en dan?
En kan ik aanvaarden dat,
wanneer een medemens echt van mij houdt,
en mij aanvaardt zoals ik ben,
dat die persoon dat doet omdat
God zelf achter die houding staat,
zodat hij of zij dat ook voor
een stuk ‘in zijn naam’ doet ?
Kan ik daar met die ‘iemand’
over spreken?
Een anonieme jezuïet