“Het celibaat is een vooruitlopen op. We stijgen uit boven deze tijd en gaan naar de toekomst toe. Op zo’n manier dat we onszelf en onze wereld “voortduwen” in de richting van de verrijzenis, van de nieuwheid van Christus, van het nieuwe en ware leven. Het celibaat is dus een vooruitlopen op dat mogelijk wordt gemaakt door de genade van de Heer die ons tot Hem “aantrekt” in de richting van de wereld van de verrijzenis; het nodigt ons ononderbroken uit om onszelf te overstijgen, om het heden te overstijgen naar het werkelijke heden van de toekomst toe, die vandaag het heden wordt.
Hiermee komen we bij een heel belangrijk punt. Een groot probleem van het christendom in onze huidige wereld is dat we niet meer denken aan de toekomst van God: het heden van deze wereld lijkt te volstaan op zich. Wij willen enkel nog maar deze wereld, en leven in deze wereld. Door ons zo op te stellen sluiten we de poort naar de ware grootheid van ons bestaan. De betekenis van het celibaat als een vooruitlopen op de toekomst ligt net in het openen van die poorten, in het verruimen van de wereld, in het aantonen van de werkelijkheid van de toekomst die we thans reeds kunnen beleven als het heden. Het leven, beschouwd als een getuigenis van het geloof: wij geloven echt dat God bestaat, dat God iets te maken heeft met mijn leven, dat ik mijn leven kan funderen op Christus, op het toekomstige leven.”