Nikolaas
Sintobin (58), Jezuïet: ‘Ik vind het heerlijk om geen eigen vermogen te hebben’
“Een groot deel van mijn werk wordt niet vergoed, ik heb geen vast inkomen.
Mijn voordrachten worden wel vergoed, men mag zelf een bedrag bepalen. Ook
begeleid ik mensen, en daar vraag ik principieel geen vergoeding voor. Ik heb
ook geen spaarboekje, geen persoonlijk vermogen; bij ons gaat alles in de pot.
Toen mijn vader overleed, kreeg ik een flinke som geld. Ook dat ging diezelfde
dag nog naar de rekening van de gemeenschap. Ik heb wel een eigen bankrekening,
maar die heb ik puur omdat dit verplicht is voor enkele administratie
handelingen, zoals de ziektekostenverzekering. Wat ik zou doen met een miljoen?
Heel eenvoudig, dat gaat naar de gemeenschap. Ik zou niet weten wat ik met één
miljoen zou kunnen doen wat mij gelukkiger maakt dan nu, zonder geld. We wonen
goed en verwarmd, we hebben eten en als het moet kan ik de trein of zelfs het
vliegtuig nemen.”
Geen aantrekkingskracht meer
“Mijn levensstijl valt onder de gelofte van armoede. Ikzelf heb erom gevraagd
die te mógen afleggen. Deze gelofte betekent dat ik alles geef, maar ook alles
krijg, als ik bijvoorbeeld oud of hulpbehoevend zou worden. Vóór die tijd,
inmiddels dertig jaar geleden, was ik twee jaar advocaat. Ik had een goed
inkomen en merkte dat geld een sterke aantrekkingskracht op mij had. Soms keek
ik uit naar het einde van de maand omdat dan mijn salaris werd bijgeschreven.
Ik verlangde dus dat mijn leven sneller voorbijging om mijn bankrekening te
zien stijgen. Ik besefte: Nikolaas, dat kan toch niet?! Toch wel. Nu ik geen
geld meer heb, is die aantrekkingskracht ook weg.
Ik vind het heerlijk om geen
eigen vermogen te hebben, het is geen criterium meer of iets wel of geen geld oplevert,
ik hoef me niet meer te bekommeren om beleggingen en dat soort zaken. Dat maakt
me een vrijer mens, en beschikbaarder! Het enige criterium dat ik als Jezuïet
nog heb, is: brengt het mij en anderen dichter bij Jezus, van Wie wordt
aangenomen dat hij ook sober leefde? Om die navolging gaat het, en een bepaalde
vorm van soberheid kán daaraan bijdragen. Want let wel: je kunt ook een goed
christen zijn én schatrijk, als je dat geld maar goed inzet en er vrij van kunt
blijven, er niet voor gaat leven.
Gelukkig door armoede
“Ik heb gekozen
voor de weg die míj gelukkig maakt. En de gelofte van armoede maakt me
gelukkig, anders zou ik het niet gedaan hebben. Geluk kan offers vragen, maar
mijn roeping betekent dat ik Jezus navolg, en dát maakt gelukkig.
Je kunt ook hoogmoedig worden in je armoede, dat klopt. ‘Zie eens hoe arm ik
leef, terwijl die sukkels maar achter geld aanlopen’. Of ik daar weleens last
van heb? Die vraag heb ik mezelf nog nooit gesteld… De goede, evangelische
armoede is geen verworvenheid, ook niet van mij. Ik moet me bij mijn soberheid
dus blijven afvragen: heb ik hier Gods rijk mee voor ogen?”