onmiddellijk wat anderen verkeerd doen en oordeel bliksemsnel. Dat heeft me
vooruit geholpen in het leven. Ik reageer vlot en begin mijn opwerping met het inleidend
woordje “maar…”; ik geef assertieve commentaar,
of vraag hoffelijk: “waarom toch?” Ik ben geoefend in het ‘debatteren’ – van
het Franse werkwoord: ‘se battre’,
vechten. Om het eigen gelijk te doen triomferen, om mijn morele superioriteit
te bewijzen, om alle verantwoordelijkheid af te wijzen, om te scoren en te
krijgen wat ik wil. De toon en de spanning in het publieke debat zijn de
laatste tijd weer wat gestegen. Beter zich te wapenen.
taal van het conflict. Die blijft gewoonlijk stokstijf staan bij uiterlijkheden
die me storen. Ik reduceer anderen tot hun buitenkant, tot een geestelijke aandoening,
tot een stoornis. Ik weet het wel, woorden hebben gevolgen: elke slachting
start met het gepreek van de deugdzame die anderen vonnist.
naar ieders binnenkant; naar wat er gaande is in mezelf en in de ander. Ik sta
stil en luister naar wat ons bezielt: onze zorgen en vreugden, hoop en
verdriet. Ik ontdek dat we uiteindelijk allemaal naar hetzelfde verlangen: wat warmte,
een troostend woord, een geschenkje, bijstand, verzorging, wat onverdeelde aandacht,
een knuffel, bescherming, respect… De taal van de liefde is zoveel
vindingrijker.
zuigeling voor God.
ik in mezelf wat ik nodig heb.
Allemaal dingen die elke mens behoeft.
opengedaan.
wereld niet geven kan.
