Tegenkanting en mislukking (4/5): de onbekende factor
Mensen weten meestal niet op voorhand tot welke edelmoedigheid zij in staat
kunnen/zullen zijn, wanneer door een of andere omstandigheid, op die
edelmoedigheid concreet beroep wordt gedaan. Denken wij aan wat ouders soms
over hebben voor een ziek of gehandicapt kind; of gehuwden voor elkaar,
wanneer zij in ‘de kwade dagen’ belanden.
brengen. Hij is maar geleidelijk aan tot dat besef gekomen. Hij heeft zichzelf
en zijn leerlingen daar ook innerlijk moeten op voorbereiden. De
edelmoedigheid daartoe behoort zomaar niet a priori tot mijn persoonlijke uitrusting.
geschonken door de vragende blik van de andere, wanneer die beroep op mij doet,
en ik mij niet voor hem sluit. Die blik maakt mij innerlijk ook vrij voor het
antwoord.
het nu en dan, tot levenskeuze maak, wordt mij die edelmoedigheid geschonken
wanneer ik mijn ogen richt op de vragende blik van Hem die op het kruis uitriep
: “Ik heb dorst !” Die man die tot het uiterste ging in het geven van
zichzelf blijft mij oproepen om, in de mate van mijn mogelijkheden, hetzelfde
te doen, en Hij zal mij, zo ik het echt verlang, daar ook de kracht toe geven.
