Twijfelen, is dat goed of is dat slecht? Heeft twijfelen nut of is het vooral iets dat je beter vermijdt?
Voor velen heeft twijfel een nare bijklank. Wie twijfelt is iemand die niet kan beslissen. Een twijfelaar is een lanterfanter. Zonder dralen de knoop doorhakken, meteen duidelijke standpunten innemen, geen mitsen en maren, dat ligt een stuk beter in de markt. De snelheid waarmee ChatGPT een antwoord weet te bedenken op eender welke vraag versterkt nog onze drang naar onmiddellijkheid. Twijfel lijkt daar niet mee te verzoenen.
Tegelijk staat buiten kijf dat elke lezer van deze blog af en toe wel eens twijfelt.
De reden voor ons twijfelen is eenvoudig. De werkelijkheid is vaak complex. Een mens heeft daarom dikwijls tijd nodig om te wikken en te wegen. Een vraag dient in te dalen en nadien nog een tijdje te weken. Pas dan wordt duidelijk wat het beste antwoord is. Al te vlot toegeven aan de druk van de ogenblikkelijkheid kan een hinderpaal zijn om tot een kwaliteitsvolle beslissing te komen. Sommige mensen twijfelen echter zolang en zozeer dat uiteindelijk de beslissing in hun plaats door een ander wordt genomen. De twijfel belet hen om hun leven in eigen handen te nemen.
Twijfelen is niet noodzakelijk iets dat je passief dient te ondergaan. Het hoeft geen uitdrukking te zijn van onvermogen of angst om vooruit te gaan in het leven maar kan ook een bewuste keuze zijn. Het kan zinvol zijn om te durven twijfelen. Er bestaat zoiets als goede twijfel. Die maakt mogelijk dat je op een constructieve wijze omgaat met het niet of nog niet kennen van het antwoord.
Die goede twijfel is geen ideaal op zich. Twijfel is immers niet comfortabel. Het is veeleer een ervaring die doet erkennen dat er vaak een grote verscheidenheid is aan mogelijke, goede antwoorden op een vraag. De twijfel doet je stilvallen om die verschillende hypotheses te onderzoeken en om ze naar waarde te schatten. Zo kan het niet weten werken als een motor. Die duwt je verder in het verkennen en afwegen van de voor- en nadelen. De goede twijfel begeleidt je zodoende van de onzekerheid in de richting van een geleidelijk sterker wordende zekerheid.
In het bekeringsverhaal van de heilige Ignatius van Loyola , de oprichter van onze Jezuïetenorde,
was het durven toelaten van de twijfel een kantelmoment. Als stoere ridder (hij leefde in de 16e eeuw) was twijfel voor hem uit den boze. Maar op zijn lange ziekbed kreeg hij plots eindeloos veel tijd. Een gevolg hiervan was dat hij oog kreeg voor de complexiteit van de werkelijkheid. Hij dacht na over wat hij zou doen na zijn genezing. Meerdere alternatieven dienden zich aan. Maar de keuze kwam deze keer niet meteen. Ignatius wist het even niet meer.
Hij leerde luisteren naar wat zich afspeelde in de innerlijkheid van zijn hart. Tot zijn verbazing kwam hij daar een discrete stem op het spoor. Geleidelijk aan werd hem duidelijk dat dit de uitnodiging was van God zelf. Ignatius leerde uit handen te geven. Zo leerde hij zich toe te vertrouwen aan God. Dat zou hij voortaan systematisch doen. Voorheen was er voor hem nooit onzekerheid geweest. Wel alleen maar onmiddellijke oplossingen. Hij durfde het nu aan om niet te weten. Het soms grillige pad van de twijfel bracht hem bij het antwoord dat God zelf hem verlangde te geven. Die ervaringswijsheid werkte Ignatius uit in zijn tips voor het onderscheiden. Hij werd dé expert in het luisteren om in de stilte van het biddende hart Gods uitnodiging op het spoor te komen.
Tot slot graag dit citaat van Ignatius uit een brief die hij in 1536 schreef aan Teresa Rejadelll, een kloosterzuster.
“Er is geen reden om ongerust te zijn als je in jezelf geen zekerheid vindt. Integendeel, juist in de ervaring van twijfel kan men leren zijn vertrouwen geheel te stellen op God onze Heer.”
Nikolaas Sintobin sj

