“Kunt u mij laten weten welke de gebruikelijke vastenpraktijken tegenwoordig zijn voor christenen ?”
Deze vraag kreeg ik gisteren toegestuurd. Ziehier wat ik geantwoord heb.
De vasten – veertigdagentijd is de voorbereidingstijd op Pasen. Het zijn veertig dagen tussen Aswoensdag en Paasdag (de zondagen zijn geen vastendagen!) waarin de Kerk de christenen aanmoedigt om door bepaalde praktijken – inwendige en uitwendige – zich voor te bereiden op het herdenken van de Passie van de Heer, het hoogtepunt van de openbaring. De vasten is dus een voorbereiding op een feest. Het is een tijd van – stille – vreugde.
Het aantal vaste praktijken waartoe de Kerk de gelovigen oproept is beperkt: vasten op Aswoensdag en op Goede Vrijdag, het zich onthouden van vlees op de vrijdagen.
Op zich kunnen die vormen van onthouding reeds een bijdrage zijn. Het komt er evenwel op aan om de vasten persoonlijk te kunnen beleven als een tijd van groeiende verbondenheid met God en de mensen. Vandaar dat er, ruimer, drie categorieën van vastenpraktijken kunnen worden onderscheiden.
1. Om te werken aan een meer intense verbondenheid met Jezus is meer (intens) gebed een eerste belangrijke hulpmiddel.
3. Bekering raakt niet enkel onze verhouding tot God en Jezus, maar ook tot onze medemens, waarin die liefdesband heel concreet wordt. Daarom is het zinvol om tijdens de vasten ook een of meerdere persoonlijke werkpunten te kiezen om onze relatie met huisgenoten, collega’s en vrienden verder uit te zuiveren.
